Klassieke of moderne antipsychotica: welke hindert het denken het minst?

Het vorige blog van 3 januari ging over de beste medicatie bij bipolaire stoornis. Vandaag bespreek ik klassieke of moderne antipsychotica: welke hindert het denken het minst?

Klassieke antipsychotica kwamen vanaf 1957 op de markt, de moderne antipsychotica vanaf ongeveer 1980. Globaal is er een verschil: de moderne hebben minder bijwerkingen dan de klassieke antipsychotica. Gemiddeld zijn ze ‘patiëntvriendelijker’. Klassieke of moderne antipsychotica: welke hindert het denken het minst? Globaal de moderne.

Ruwweg 35 jaar hun introductie is duidelijk dat het verschil tussen beide groepen antipsychotica kleiner is dan eerst werd beweerd. Het verschil is licht versus donkergrijs, niet zwart-wit. Voor de individuele gebruiker kan het verschil natuurlijk heel belangrijk zijn. Helaas is niet exact te voorspellen wie welke bijwerking krijgt bij welke dosis, of hoe lang en hoe ernstig de bijwerking is. (Dat geldt voor alle medicaties, niet alleen voor antipsychotica). Hier gelden vuistregels en die gaan vaak, maar niet áltijd op. Mensen verschillen, ook in hun reactie op medicijnen en dat is aan de buitenkant niet zichtbaar en ook niet zomaar meetbaar. Net als de vorige keren, bespreek ik weer de essentie van een meta-analyse daarover. De volledige samenvatting (van maart 2015) voor de liefhebber staat op de website van het NCBI.

Klassieke of moderne antipsychotica bij: welke hindert het denken het minst?

De conclusie is kort maar krachtig: de meta-analyse ontdekte wel enkele trends in de gegevens, maar geen enkel middel had een uniform positief profiel op het denken]. Met andere woorden; antipsychotica hinderen het denkproces….  Het simpele idee dat moderne versus klassieke antipsychotica minder of meer denkhinder geven, klopt niet. Het loopt nogal door elkaar. Bij elke patiënt/gebruiker moet je gewoon goed opletten wat er gebeurt.

Antipsychotica worden gegeven omdat bij psychose de positieve symptomen (waanideeën en hallucinaties) dominant, sturend en storend aanwezig zijn. Ze moeten onder andere het denken weer ‘correct bijsturen’. Dokters spreken in dit soort situaties van ‘een smalle therapeutische breedte’. Je hebt een minimumdosis nodig voor énig effect, maar al snel kun je ‘te veel’ geven. Daardoor is de balans werking/bijwerking gevoelig en is het de kunst dit goed te houden. Mensen verschillen qua aanleg (in de stofwisseling), dus wat voor Piet goed is, blijkt voor Fatima helemaal fout… Goed doseren van antipsychotica is een kunst; goede uitleg, stap voor stap werken, bijwerkingen bestrijden, het best mogelijke middel samen zoeken en verstandige afbouwtermijnen hanteren.

Voor Fatima kan dat een heel andere termijn zijn dan voor Piet. Ook sociale omstandigheden hebben invloed, behalve geslacht, ras, leeftijd, aanleg, andere ziekten, de diagnose ‘achter de psychose’ of overige medicijnen. Kortom ook hier is – alweer – geen simpel zwart-witantwoord te geven. Dat is niet specifiek voor de psychiatrie. Patiënten die lijden aan hartritmestoornissen of hoge bloeddruk doen het ook niet allemaal ‘goed’ op een bepaald geneesmiddel. Gelukkig geldt ook de vuistregel: als je een keer een goed middel en goede dosis gevonden hebt bij iemand, dan kan die daar vaak lang mee vooruit om in balans te blijven.